Leerplicht

Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs en moeten zich kunnen voorbereiden op maatschappij en arbeidsmarkt. In ons land gelden de leerplicht en de kwalificatieplicht. Dit betekent dat jongeren van 5 tot 18 jaar naar school moeten tot zij een startkwalificatie hebben gehaald: een havodiploma, vwo-diploma of een mbo-diploma op niveau 2 of hoger. De overheid ziet toe op de handhaving. Vanaf 4 jaar mogen kinderen naar de basisschool.

Alle kinderen en jongeren in Nederland zijn verplicht om naar school te gaan. Soms is er een reden waarom ze (tijdelijk) niet naar school hoeven, bijvoorbeeld ziekte of verplichtingen die voortvloeien uit geloofsovertuiging of levensovertuiging.

Andere voorbeelden wanneer een leerling niet naar school hoeft zijn:
·        een religieuze feestdag;
·        een huwelijk;
·        een begrafenis.

Om hiervoor vrij te krijgen moeten de ouders een vrijstelling van schoolbezoek aanvragen bij de schooldirecteur. Deze beoordeelt of er een gegronde reden is voor verzuim. Als een leerling verzuimt zonder dat hiervoor een geldige reden is, of als dit niet met de school is overlegd, zijn de ouders van de leerling strafbaar. Als een leerling van de basisschool te vaak verzuimt, waarschuwt de school de leerplichtambtenaar. Die zoekt vervolgens uit waarom een kind niet op school is verschenen.