Onderwijsvormen

Op de verschillende scholen van Aves worden er verschillende vormen van onderwijs aangeboden. De vormen van onderwijs die aangeboden worden zijn: Jenaplan-, Dalton-, OGO-, EGO-, TOM- en traditioneel basisonderwijs (Aves, 2012).

Jenaplanonderwijs

Jenaplanonderwijs behoort tot het traditioneel vernieuwingsonderwijs.

Er wordt gewerkt vanuit stamgroepen waarin meerdere leerjaren bij elkaar in de groep zitten.

Jenaplan onderwijs kenmerkt zich door 4 basisactiviteiten:

  • samen praten
  • samen spelen
  • samen werken
  • samen vieren

Door een afwisseling aan te brengen in het dag- en weekprogramma wordt een beroep gedaan op de totale persoonlijkheid van een kind: niet alleen leren door met pen en papier bezig te zijn, maar ook met hoofd, hart en handen! We hanteren daarbij een ritmisch weekplan, daarin wisselen de basisactiviteiten elkaar gedurende de dag en de week af.

Net als op een reguliere basisschool zijn er methodes voor rekenen, taal, spelling en begrijpend lezen. Daarnaast wordt er gewerkt vanuit projecten en thema’s tijdens Wereld Oriëntatie, vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs en de creatieve vakken worden hierin geïntegreerd.

Op een Jenaplanschool leren de kinderen vanuit de 7 Jenaplan-essenties: kinderen leren ondernemen, plannen en samenwerken. Ze leren hoe iets te creëren en te presenteren. Ze leren nadenken over hun inbreng, kunnen reflecteren en leren verantwoordelijkheid te dragen.

Daltononderwijs

MENSEN MET LEF
Eigenaarschap van het eigen leerproces staat in het daltononderwijs steeds meer centraal.
Mensen verschillen van elkaar.
Daarin schuilt unieke kracht die in het daltononderwijs graag wordt benut.
Erop vertrouwend een ieder een bijdrage kan leveren en door met elkaar kennis te delen komen we tot leren van en met elkaar.
Door op basis van vertrouwen gevraagd en ongevraagd te reflecteren op het leerproces, leren leerlingen en leraren kritisch te denken. Zo werken zij op een goede wijze aan hun persoonlijke
doelen.
Het vertrouwen in de ander, of het nu een leerling betreft of een leraar, vraagt lef. Met lef en het daarbij horende loslaten en loskomen van gebaande wegen krijgen talentontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling optimale kansen.

OGO-onderwijs

Ontwikkelingsgericht onderwijs baseert zich op actuele uitwerkingen van Vygotsky’s ideeën over hoe kinderen zich ontwikkelen en leren. Kenmerkend voor deze visie en benadering is de volstrekt dominante rol die wordt toegekend aan de sociale en culturele omgeving van kinderen. Kinderen ontwikkelen zich niet doordat ze zich aanpassen aan hun sociale omgeving, maar doordat zij samen met anderen (veelal volwassenen) deelnemen aan sociale praktijken. In de omgang met elkaar leren kinderen welke rol zij kunnen vervullen doordat anderen rolaspecten en handelingen voordoen, samendoen of even overnemen. Door mee te doen aan sociaal-culturele activiteiten gaan mentale processen leven in de interactie met elkaar om de activiteit tot een goed einde te brengen. Volwassenen gebruiken in deze sociaal-culturele activiteiten tal van culturele voorwerpen en instrumenten waarmee kinderen leren omgaan en waarvan zij de betekenis leren kennen.            
Een belangrijk uitgangspunt van ontwikkelingsgericht onderwijs is dat kinderen zich pas optimaal kunnen ontwikkelen wanneer zij goed in hun vel zitten, zelfvertrouwen hebben en nieuwsgierig zijn. Ontwikkeling vindt plaats als het kind zich betrokken voelt, als het met plezier aan de activiteiten deelneemt en als de activiteiten aansluiten bij wat een kind al kan en daar nieuwe mogelijkheden aan toevoegt. Voor de leerkracht betekent dit, dat er uitdagende en afwisselende activiteiten moeten worden aangeboden. Kinderen hebben volwassenen nodig om zich te ontwikkelen en leren ook van en met elkaar. We spreken dan van een brede ontwikkeling.

EGO-onderwijs

 Dit is ervaringsgericht onderwijs. Er wordt uitgegaan van welbevinden en betrokkenheid van de kinderen. Er wordt bij dit onderwijs veel aandacht besteed aan de sfeer en relatie in de school, uitdaging van kinderen bij activiteiten en de activiteiten raken de leef- en beleefwereld van de kinderen en zijn in hun ogen zinvol (Wikipedia, ‘Ervaringsgericht onderwijs’, 2011 ).

Traditioneel onderwijs

Bij ons traditionele onderwijs wordt in drie instructiegroepen lesgegeven. De leraar geeft instructies over een les, vervolgens gaan de meeste kinderen zelfstandig aan het werk en geeft de leerkracht les aan hen die dat nog nodig hebben. Ook is er steeds meer aandacht voor het werken in groepen en voor zelfstandig werken. (HS 2012)