Nieuws voor medewerkers

Bladerboek

Studiereis team St. Josephschool 16-17-18 januari 2019

Woensdagochtend 16 januari vertrokken we met 19 collega’s naar Leuven.
In het donker, enigszins gespannen, vol verwachting.
Met de bus. Met snoep. Met spelletjes.
Een schoolreisje voor meesters en juffen.
Om vanuit verbinding en vertrouwen te werken aan ons vakmanschap.
Na een reis van 4 uur kwamen we aan bij ons hotel.
Dat betekende inchecken en snel door naar de Katholieke Universiteit Leuven-CEGO: hét Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs in België.
Daar startten we, samen met 61 andere onderwijscollega’s, met een lezing van Ludo Heylen, directeur van CEGO. Zijn lezing ging over ‘Perspectief nemen’.
Perspectief nemen is ruimer dan alleen empathisch inlevingsvermogen.
Dit empathisch vermogen is iedereen min of meer gegeven, ook al is het nog niet aanwezig bij erg jonge kinderen en heeft niet iedereen dit vermogen in gelijke mate.
Perspectief nemen heeft te maken met de mate waarin we het gezichtspunt van de ander meenemen. In zijn volle breedte. Het gaat daarbij over hoe die persoon zicht voelt, wat die denkt en wat die wil, wat zijn intenties zijn. We kruipen als het ware in de huid van de ander. Voor ons als leerkrachten betekent dit dat wij proberen te achterhalen wat onze kinderen bezighoudt, waarvan zij dromen, hoe ze zich voelen, wat hen uitdaagt, wat ze nodig hebben. Vanuit dit perspectiefnemen, kunnen leerkrachten dan gerichter en aangepast handelen vanuit wat kinderen echt nodig hebben om te groeien.
In deze lezing stonden we stil bij cognitief perspectief nemen, affectief perspectief nemen en conatief perspectief nemen.
Wat ons raakte was in welke mate leerkrachten dit empathisch vermogen verder kunnen ontwikkelen en uitstijgen boven het gemiddelde. Uit onderzoek van CEGO (Buyse, Snoeck, Laevers, 2009)
weten we dat een leerkracht die gevoelig is voor de beleving van kinderen een verschil maakt. Wij konden dit vertalen naar pedagogische tact:
‘Op het goede moment, het juiste doen, óók in de ogen van het kind'.
Vervolgens gingen we in groepen uiteen om met elkaar verder te spreken n.a.v. deze lezing. De dag sloten we af met een lezing van Ferre Laevers, grondlegger van het
Ervaringsgericht Onderwijs. Ferre startte zijn lezing met de woorden: ‘Alleen onderwijs kan de mensheid redden’. Een overtuiging waarover we doorgepraat hebben.
 
 
Dag twee startten we met een lezing van Ellen Emonds, één van de zussen Tweemonds.
De titel van haar lezing was: ‘Vertrouw d’r maar op’.
In deze lezing nam Ellen ons mee in het mensbeeld dat schuilgaat achter werken aan en streven naar, een hoog welbevinden en hoge betrokkenheid.
Een mensbeeld dat de overtuiging kent dat álle kinderen beschikken over een groot
potentieel. Dat kinderen in principe toegerust zijn voor hun eigen ontwikkeling. Dat zij baat hebben bij volwassenen die in dat potentieel geloven en weten hoe ze dat aan kunnen spreken.
 
 
Door theoretische kaders in te kleuren met pakkende anekdotes werden we uitgenodigd om perspectief te nemen.
Een mooi voorbeeld van vertrouwen kregen we te zien in het filmfragment uit ‘Ray’.

https://www.youtube.com/watch?v=hkmvuV6PK20


Daarover doorpratend kwamen we tot verschillende inzichten.
‘Als we willen dat kinderen zelfvertrouwen hebben, moeten we ze vertrouwen geven.’ ‘Vertrouwen hebben is soms lastig, juist wanneer het moeilijk wordt.’

Vervolgens gingen we tijdens werksessies met elkaar in gesprek.
Wat betekent dit voor ons onderwijs? Waar kunnen kinderen hun eigen keuzes maken? Zelf de regie nemen? Autonoom zijn? Welke leeromgeving past hierbij? Wat betekent dit voor mij als leerkracht? Als directeur? De organisatie van ons onderwijs? Hoe krijgen we grip op de competenties van onze leerlingen? Of nog beter... hoe krijgen de kinderen grip op hun eigen competenties?
 
 
Na de lunch nam Luc Stevens het woord.
Luc Stevens is emeritus hoogleraar orthopedago¬giek en bekend om zijn theorie van de psycholo
gische basisbehoeften:
autonomie, competentie en relatie. Luc Stevens riep ons op kritisch naar het huidige onderwijssysteem te kijken.
 

Als voorvechter van pedagogisch tactisch handelen gaf hij aan dat ons huidige onderwijs per definitie niet-pedagogisch is. Ons onderwijs is gericht op en ontstaan uit een economisch prestatiesysteem.
De nadruk ligt op kennisoverdracht en prestatie terwijl we kinderen in deze tijd vooral moeten begeleiden ‘mens te zijn’. Kennis is overal, we moeten kinderen begeleiden in hoe ze deze kennis tot zich kunnen nemen.
Samen spraken we tijdens de werksessies door over de dilemma’s die hij ons voorlegde.
Hoe bestaat het dat een kind een onvoldoende kan krijgen voor zijn ontwikkeling?
Waarom doen álle kinderen op hetzelfde moment een Cito-toets?
Heeft de leerkracht een methode nodig? Of kan het ook anders? Mogen we uitgaan van het proces en de doelen?
Hoe verhouden wij ons tot de inspectie?
Hoe doen we dat in tijden van angst en controle? Wanneer ook wij vertrouwen nodig hebben om met lef en passie ons werk te kunnen doen? Hoe kunnen we verantwoording nemen voor dat wat we doen vanuit onze kernwaarden: vertrouwd, verbindend, vakmanschap?
 
De laatste dag volgden we een college van Ludo Heylen.
Ook Ludo vertelde ons a.d.h.v. verschillen¬de onderzoeken dat het van groot belang is dat we ons onderwijs kritisch gaan bekijken.
 
 
Hij gaf ons een indruk van de verschillende onderzoeken met o.a. de metastudies van Hattie, Marzano en Scheerens; de studies uit de positieve psychologie van o.a. Boniwell, Fredrickson, Seligman en Bohlmeier; de studies van CEGO; de studies van Komars, Stevens, Kelchtermans, Van Manen, Biesta en anderen.
Op basis van deze studies hebben we gesproken over wat werkt in onderwijs en plaatsten daar het kader van het Ervaringsgericht Onderwijs naast.
Wat is het effect van huiswerk? Wat betekent vroegtijdig starten met het leesproces bij jonge kinderen? Wat is nut en noodzaak van spelen? Hoe kunnen we kinderen weer laten geloven in zichzelf? Van fixed mindset naar growth mindset? Hoe kunnen we ons onderwijs zo inrichten dat kinderen in zichzelf (blijven) geloven? Hoe kunnen we ouders ook betrekken bij dit proces? Hoe kunnen we van normatief naar formatief evalueren?

De studiereis hebben we afgesloten met een schoolbezoek. We zijn naar De Zevensprong in Leuven geweest. We hebben daar gezien dat kinderen vanuit een grote betrokkenheid, in een rijke leeromgeving, volop zelf keuzes konden maken en zichzelf mochten zijn.
 
Bijzonder was ook de betrokkenheid van ouders. Alle ouders zijn actief betrokken, qua handelen maar ook financieel zorgen zij voor hun bijdrage om het onderwijs mogelijk te maken. Ouders hebben daarnaast een eigen sleutel van de school om er zelf voor activiteiten gebruik van te maken.

Het eerste half uur terug in de bus waren we vooral stil. Alle inzichten en ideeën moesten landen. Daarna kwamen de gesprekken. Het borrelde en bruiste...
We stelden elkaar de vraag: wat gaan we maandag anders doen óf vooral niet doen?

We zijn met elkaar het avontuur aangegaan.
Samen op reis.
Een studiereis.
Zeer verbindend!
Met één doel voor ogen: wat kunnen we leren van onderzoek? En hoe kunnen we dit vertalen naar onze praktijk om het onderwijs voor onze kinderen meer passend te laten zijn.

Doen we dan alles fout?
Welnee! Maar het kan wel anders daar zijn we allemaal van overtuigd.
Het hoe en wat moet vorm gaan krijgen. Het waarom is helder: we voelen de urgentie dat het huidige onderwijssysteem niet passend is. Dat we veel meer kunnen vertrouwen op de kracht van onze kinderen: hun natuurlijke leerkracht.
En dat wij als leerkrachten ons handelen kunnen legitimeren.
Ons vakmanschap is meesterschap.
Hier zullen we over doorpraten.
Met elkaar, met ouders, met ons bestuur. Maar zeker ook met onze leerlingen.

We kijken terug op een zeer geslaagde studiereis. Verrijkt en dankbaar dat we dit samen hebben kunnen doen!

We hebben er zin in om er tegenaan te gaan. Of zoals ze in Vlaanderen zeggen: ‘We hebben goesting, kom maar op!’
 
Hartelijke groet,
Team St. Josephschool
 
 
 
 

Terug naar het nieuwsoverzicht