Openbaar

1.1  Omschrijving
De identiteit van de openbare scholen vindt zijn oorsprong in de joods-christelijke traditie van onze samenleving, in het humanisme en in de rechten van het kind. Vanuit deze bronnen is een mens- en maatschappijbeeld gevormd welke zijn neerslag vindt in de kernwaarden van het openbaar onderwijs:

Het openbaar onderwijs vervult zijn taak vanuit waarden als vrijheid, gelijkwaardigheid, sociale rechtvaardigheid en gemeenschapszin. Waarden die zich vertalen in uitgangspunten als ‘iedere leerling is welkom’, ‘wederzijds respect’ en ‘actieve participatie’ en die bijdragen aan het oplossen van verschillende hedendaagse problemen, zoals de segregatie van leerlingen in aparte (zwarte en witte) scholen en het gebrek aan integratie van verschillende bevolkingsgroepen en culturen.
Een openbare school maakt actief werk van de pluriformiteit die onze samenleving kenmerkt, draagt bij aan de integratie en stimuleert democratisch burgerschap.

In het openbaar onderwijs leren kinderen van elkaar door het actief verkennen van hun culturele, levensbeschouwelijke en economische achtergronden. Het brengt verschillende opvattingen bij elkaar en laat kinderen er op basis van gelijkwaardigheid over in discussie gaan; niet om de ander te overtuigen van het eigen gelijk, maar om kritisch naar zichzelf en open naar medeleerlingen te leren kijken. Het leert kinderen waarnemen hoe verschillende achtergronden tot ander denken en handelen kunnen leiden en leert hen vanuit dat inzicht eigen opvattingen te ontwikkelen. Als je weet wat anderen beweegt, kun je beter met elkaar samenleven.
In het openbaar onderwijs leren kinderen door ontmoeting. Ook levensbeschouwing hoort daarbij; het maakt immers deel uit van onze cultuur. De openbare school is dé micromaatschappij waar kinderen en volwassenen ontmoeting ervaren en daarvan leren.

Het openbaar onderwijs gaat er vanuit dat verwondering bijdraagt aan groei. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en geïnteresseerd in het onbekende. Verwondering ontstaat veelal in de confrontatie met dat onbekende, dat andere. Het zet aan tot denken en handelen.  Door als school en als individu open te staan voor en actief te zoeken naar het andere wordt de horizon verbreed. Deze indrukken worden gebruikt om de eigen opvattingen te toetsen en daarmee de eigen identiteit te bevestigen of bij te stellen. Het helpt mensen te laten groeien en zich te vormen.

De openbare houding kenmerkt zich door de wijze waarop naar de samenleving wordt gekeken. Hoewel er een enorme diversiteit aan mensen en opvattingen bestaat,  wordt het van belang geacht de ander als gelijkwaardig te zien. Het actief ontmoeten van de ander is niet alleen bedoeld om de ander te leren kennen, maar ook om de eigen identiteit te kunnen ontwikkelen.
Een ieder moet zich kunnen herkennen in de gemeenschap(pen) waarvan hij/zij deel uitmaakt. Daartoe is het van belang dat er naast het gemeenschappelijke ook ruimte blijft voor het eigene. De verbondenheid wordt niet alleen gevonden in dat wat met elkaar wordt gedeeld, maar juist ook in de ruimte die gelaten wordt om anders te mogen zijn.

1.2 De waarden van het openbaar onderwijs vertaald naar uitgangspunten
1.2.1 Iedere leerling is welkom
Dit is het fundament van het openbaar onderwijs. Ieder kind welkom betekent dat kenmerken als afkomst, levensovertuiging, seksuele geaardheid en etniciteit nooit een rol spelen bij het al dan niet toelaten van een kind. De schoolpopulatie kan daardoor redelijk eenvoudig een afspiegeling worden van de wijk of buurt waarin de school staat. In hoeverre dat echt lukt, is mede afhankelijk van het keuzegedrag van de ouders.
Net zoals elk kind is ook elke leerkracht op de openbare school welkom. Aan leraren wordt echter wel de eis gesteld dat zij kunnen en zullen handelen in overeenstemming met de beginselen van het openbaar onderwijs.
1.2.2 Wederzijds respect
De school als afspiegeling van de samenleving betekent diversiteit binnen de school. Ouders, leerlingen en personeel gaan respectvol met elkaars opvattingen en levensbeschouwelijke overtuigingen om. De pluriformiteit wordt aangegrepen om van elkaar te leren en het onderlinge begrip te bevorderen. Een persoonlijke overtuiging wordt op de openbare school nooit als de enige ware of de beste gepresenteerd. Niet door ouders en leerlingen, noch door personeelsleden.
1.2.3 Waarden en normen
Wederzijds respect wordt mede vormgegeven door expliciete aandacht voor de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden en normen in de Nederlandse maatschappij. Juist met het oog op de aanwezige diversiteit moet ook het belang van de verworvenheden van onze democratie aan de orde komen. Deze vormen de kaders waarbinnen de pluriformiteit tot zijn recht kan komen en bieden ruimte voor de opvattingen en uitingen van andere culturen.
1.2.4 Van en voor de samenleving
“De school van en voor de samenleving” geeft het karakter van het openbaar onderwijs goed weer. De aandacht is nadrukkelijk niet alleen naar binnen gericht maar ook naar buiten. Openbare scholen maken steeds meer werk van hun verantwoordelijkheid tegenover de samenleving. Zij stimuleren de actieve participatie en betrokkenheid van ouders en kinderen bij alles wat zich op en om de school afspeelt en geven zo een voorbeeld van goed burgerschap. Het gaat hiermee verder dan het enkel afleggen van verantwoording over de resultaten die de school haalt.
1.2.5 Levensbeschouwing en godsdienst
Diversiteit van levensbeschouwing is een gegeven in onze samenleving. Het actief benutten van de aanwezigheid van deze diversiteit draagt bij aan het onderling begrip en het respect voor de opvattingen van anderen. De openbare school biedt hiertoe volop mogelijkheden.
Vanuit het standpunt dat levensbeschouwing deel uitmaakt van onze cultuur hoort godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming nadrukkelijk een plaats te hebben binnen het openbaar onderwijs.

1.3 Rollen
Om deze uitgangspunten concreet vorm te geven dienen de leerkrachten zich niet alleen bewust te zijn van het openbare gedachtegoed en te beschikken over de daartoe benodigde competenties, maar dienen zij ook te beseffen welke rol zij daarin richting leerlingen en ouders vervullen. Bij de ontwikkeling van de identiteit gaat het niet alleen om kennis en vaardigheden, maar juist ook om het ontwikkelen van een bepaalde houding. Het ‘voorleven’ van gewenst gedrag is daarbij een belangrijk instrument om tot het gewenste resultaat te komen.

Ook de ouders spelen bij de ontwikkeling van de identiteit een belangrijke rol. Door school en thuis te verbinden bestaat de kans dat het kind tussen twee opvattingen heen en weer wordt geslingerd beperkt. Dit vraagt enerzijds om een open houding van de professionals naar de ouders en anderzijds om betrokkenheid van de ouders.