Katholiek

1.1        Inleiding en grondslag
De identiteit van katholieke scholen is verbonden met de traditie van het katholieke geloof en de katholieke kerk. Deze traditie gaat er van uit dat onderwijs en vorming een recht is van ieder kind zoals verwoord in het verdrag over de rechten van het kind. Maar ook dat jonge mensen verantwoord leren leven in een vrije samenleving, in een geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten en vriendschap tussen alle volken en etnische en religieuze groepen. Vanuit de traditie wordt het onderwijs beschouwd als een dienst aan het kind. Het kind staat centraal. Kinderen zijn de rechthebbenden: Ouders, scholen, staat en kerk staan voor deze dienst aan de kinderen.

1.2        Pedagogische opdracht
De katholieke school heeft als pedagogische opdracht dat zij leerlingen begeleidt op hun weg naar volwassenheid, gebruik makend van de basisoriëntaties van het christelijk geloof. De (jonge) mens is daarin een persoon die in relatie staat tot zichzelf, de ander, de wereld en tot God en de ontwikkeling is gericht op volledige ontplooiing hetgeen impliceert dat de gaven en talenten van jonge mensen zo breed mogelijk tot ontplooiing moeten komen, inclusief hun morele en religieuze instelling. Om dit mogelijk te maken is er begeleiding voor leerkrachten om kennis te maken met de religieuze bronnen en verhalen van de school en de kerk om op die manier te groeien in hun vakmanschap. De school is zich bewust van de steeds veranderende omstandigheden waarin zij katholieke school is en anticipeert daarop.

1.3        Gemeenschap
De katholieke school vormt zowel zelf een gemeenschap als dat zij onderdeel is van een gemeenschap. Zij staat open voor iedereen en wil in het bijzonder oog hebben voor die jonge mensen die aan de buitenkant of in de marge dreigen te raken als het om leren en ontwikkeling gaat. Het gaat haar steeds om kinderen die zich moeten ontwikkelen in de richting van waardevolle mensen. Recht doen aan alle kinderen houdt in dat de katholieke school vanuit haar eigen identiteit de eigenheid van alle kinderen respecteert. Het is de kunst voor elke katholieke school om een balans te vinden tussen haar eigenheid en openheid. Dat wordt verwoord in het schoolplan waarvoor geldt dat elke bij het geven van onderwijs betrokkene zich hieraan verbindt. Een bron van inspiratie is het besef van de waarde van katholiciteit. Dat wil onder meer zeggen dat de katholieke school zich beschouwt als deel van een groter geheel en zich verbonden weet met de wereldgemeenschap. 

1.4        De katholieke school; een op waarden gerichte gemeenschap
1.4.1         Algemeen
De katholieke school is een gemeenschap die wordt opgebouwd volgens het principe van subsidiariteit. Subsidiariteit is een oud katholiek begrip en betekent dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun handelen op elk niveau in de organisatie en daarvoor ook de kans krijgen. Subsidiariteit maakt het mogelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor katholiek onderwijs te realiseren tussen bestuur, schoolleiding, team, ouders en geloofsgemeenschap.

1.4.2        Uitwerking van het voorgaande in de school
·      De katholieke school richt zich op de vorming van de gehele menselijke persoon. Deze waarde wil hen tot een persoon vormen, open voor en in de relatie met zichzelf, de ander, de wereld en God.  Deze waarde uit zich o.a. in de verwondering voor al het leven en de ervaring dat het leven een geschenk is,  maar ook dat elke mens een onafneembare waardigheid heeft; dat mensen geroepen zijn om in vrijheid en liefde voor zichzelf, voor elkaar, voor de schepping en voor het leven verantwoordelijkheid te dragen.

·      De katholieke school geeft onderwijs aan elk kind met zorg voor de zwakkere en het anders zijn. Deze waarde vertaalt zich in openheid naar en aandacht voor elke leerling. De katholieke school biedt een plaats aan elk kind en zijn talenten.

·      De katholieke school vindt gemeenschapszin belangrijk. Betrokkenheid op elkaar en onderlinge solidariteit zijn belangrijk voor mensen om tot volle ontplooiing te komen. De katholieke school is ook deel van de multiculturele samenleving en dat betekent dat de katholieke school investeert in de ontwikkeling van goed burgerschap bij haar kinderen. In een samenleving waar voortdurende ontmoetingen met andere mensen en andere culturen plaatsvinden vraagt dit van kinderen een open, niet veroordelende en ontdekkende houding naar de ander. Door goed te leren luisteren, het gesprek aan te gaan en betrokken te zijn op de ander leert het kind om positief kritisch op zichzelf en die ander te reageren en de waardigheid van elk mens te respecteren.

·      Het katholiek onderwijs heeft oog voor God als Schepper en Verlosser. Het beeld van God heeft te maken met het compleet hele en het compleet goede. Mensen proberen deze ervaring te verwoorden en te verbeelden. In het beeld van ieder mens licht een stukje van Gods Beeld op en dat maakt ieder mens uniek, met eigen talenten en mogelijkheden. Zo zijn wij geschapen naar Gods beeld. De kunst van de katholieke school is dit in ieder kind te herkennen en tot bloei te laten komen; mensen die elkaar inspireren, troosten, dragen en stimuleren; mensen die vanuit een perspectief en vertrouwen samen met de ander werken aan een wereld die voor ieder mens een thuis biedt. In Bijbelse taal spreken wij dan van werken aan Gods koninkrijk hier en nu op aarde.

1.5        De school inspireert
In de vier aandachtsvelden leren, vieren, dienen en gemeenschapszin,  geeft de katholieke school zichtbaar vorm en inhoud aan haar identiteit.

·      Leren. Leren reikt verder dan alleen kennisoverdracht. Het ‘leven leren’ krijgt betekenis door vragen te stellen die gaan over de zin van het leven. Daarvoor laat de katholieke school zich inspireren door verhalen en gebruiken uit de bijbel en de katholieke traditie. Deze verhalen en gebruiken gaan iets betekenen voor mensen als zij hun eigen levensverhaal hierdoor laten inspireren.

·      Vieren. Vieren in school betekent dat je met elkaar en met God wilt stilstaan bij het leven dat wij mogen leven. Het leven vieren is ook het leven kennen in vreugde en verdriet, maar ook op de momenten van gebed en bezinning. Feesten uit de katholieke traditie kunnen daarvoor bezieling en inspiratie geven met hun rituelen, gebruiken, symbolen en verhalen. In de multiculturele samenleving van vandaag kunnen andere tradities eveneens de inspiratiebron voor vieren zijn. Vieren vormt zo het moment van ontmoeting met elkaar.

·      Gemeenschap. In de omgang met elkaar wil de school laten zien wat voor gemeenschap zij wil zijn. De school maakt een bewuste keuze met wie zij binnen en buiten de school een goede band wil opbouwen. Zij wil kinderen handvatten aanreiken zodat zij met een koffer vol inspiratie en idealen kunnen bouwen aan een wereld waarin mensen geen tekort wordt gedaan want ooit heeft God aan Mozes de tien geboden aangereikt om duidelijk te maken hoe je met elkaar en met God omgaat.

·      Dienen. Dienen geeft kinderen de gelegenheid om oog te krijgen voor de noden van de samenleving, dichtbij en veraf. Het leven is grenzeloos en begrensd. In de verhalen over mensen die ons zijn voorgegaan en het leven hebben voorgeleefd ervaren wij de grenzeloosheid van het leven. De begrensdheid van het leven ervaren wij als mensen elkaar tekort doen, ziek worden of sterven. In de zorg voor deze naaste zijn troost en levensverhalen nodig die houvast geven.